Champagne, de noordelijkste Franse wijnproducerende streek en ligt ten noordoosten van Parijs. De betekenis van de streeknaam Champagne is vlakte (campagne). Het is er erg vlak, maar de wijngaarden liggen in de licht-heuvelachtige gebieden die restanten zijn van een vroegere binnenzee, waar door bezinking krijtlagen gevormd werden.  De belangrijkste steden zijn Reims (ten noorden van de Marne) en Epernay (ten zuiden van de Marne).

De streek is onderverdeeld in 5 gebieden: Montagne de Reims en Côte de Bar (uiterste zuiden, vooral pinot noir), Vallée de Marne (vooral pinot meunier), Côte des Blancs en Côte de Sézanne (chardonnay in de laatste 2). De grote cru's komen allen uit de 1ste 3 gebieden. Ze slingeren zich over de heuvels in een strook van 120 km lang, en nooit breder dan 2 km.
Er zijn in totaal zo'n 31000 ha aan wijngaarden te vinden.

De 3 meest voorkomende druiven zijn

  • Pinot Noir
  • Pinot Meunier
  • Chardonnay

Daarnaast zijn ook nog de volgende 4 druivenrassen  toegelaten

  • Pinot Blanc: vooral in de l'Aube een terug aangeplante variëteit
  • Arbanne: Hiervan  mogen uitsluitend de oude stokken vervangen worden maar extra aanplanting is niet toegestaan. Het is een witte laatrijpe druif die vooral stevigheid geeft aan Champagne en heel vatbaar voor meeldauw (dunne, oppervlakkige schimmelaantasting van planten waarbij op diverse plantendelen een wit of grijs schimmelpluis gevormd) waardoor hij niet echt populair is bij de Champagne producenten
  • Petit Meslier: Vooral droge wijnen
  • Fromentot: Zou een type Pinot Gris zijn, geeft veel suiker en weinig zuur

Geen enkele andere mousserende wijn uit andere streek mag als champagne verkocht worden. Het gaat hier niet om individuele dorpen of wijngaarden zoals in de andere Franse regio’s maar de wijngaarden wel ingedeeld in goed en niet goed.  De herkomst staat vrijwel nooit op het etiket vermeld omdat de meeste champagne gemaakt wordt met druiven uit het gehele gebied. Wat belangrijk is bij de champagnes zijn de merken.

De krijt- of kalkgrond speelt een grote rol. Hierdoor wordt de smaak bepaald, hij houdt voldoende vocht vast voor droge zomermaanden en absorbeert de zonnewarmte van overdag om ze in koude nachten terug te geven. Ook de omliggende bossen hebben een belangrijke functie voor wat betreft temperatuur en waterbeheersing. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 10,5° C wat normaal niet voldoende zou zijn voor wijncultuur. Wijnproductie is echter wel mogelijk door de heuvels en dalen die de wijngaarden beschermen tegen de vochtige westenwind. En ook door de kalkhoudende grond die de warmte opneemt en weerkaatst en de wortels van de wijnstokken voorziet van de goede hoeveelheid voedsel en water ongeacht het weer.

Eenmaal de drank klaar is rijpt hij in oude krijtgroeven. Tijdens dit rijpingsproces moet de temperatuur en vochtigheidsgraad constant blijven.

Foto's champagnereis 2006

champagne