De Côtes du Rhône strekt zich uit vanaf Vienne in het noorden tot Avignon in het zuiden. Het is een van de oudste gebieden van Frankrijk waar aan wijnbouw wordt gedaan. Reeds in de 4e eeuw voor Chr. werden in de A.O.C. Hermitage en Côte Rotie de 1ste wijnstokken aangeplant.
De wijn rond Uzès (Gard) was in de 17e eeuw reeds zo bekend dat hij snel nagemaakt werd. Om de herkomst en kwaliteit te bewaken werd hij in 1650 officieel erkend en het gebied duidelijk afgebakend.
Na eeuwenlange gevechten voor erkenning werd in 1937 de Appellatie Côtes du Rhône Contrôlée een feit.
In 1956 waaide de wintermistral 3 weken lang met windsnelheden met meer dan 100 km/u over het Rhônedal en vroor het tot -15°C. Hierdoor vroren alle olijfbomen dood. Omdat de wijnranken deze ijskoude winter overleefden, besloten de geruïneerde boeren zich toe te leggen op de wijnbouw. Dit was het begin van de gigantische groei van Côtes du Rhône.
Tegenwoordig is het qua omvang de grootste franse wijnregio naar Bordeaux. Door die uitgestrektheid zijn er verschillende terroirs en microklimaten te vinden.

De rhonewijnen zijn frisser, lichter en hebben minder tannines dan Bordeauxwijnen en Languedoc-Roussillon wijnen. Qua geur is het vleugje peper kenmerken voor deze wijnen.

De wijnen worden op beide oevers van de Rhône geproduceerd met duidelijke verschillen. De wijnen afkomstig van de linkeroever zijn stevig en hebben veel alcohol, de wijnen van de rechteroever zijn lichter. Het merendeel van de wijnen zijn rood of rosé.

De Rhône wordt opgedeeld in de noordelijke Rhône en zuidelijke Rhône

rhone