Deze streek in het noordoosten van Portugal is bekend door de productie van portwijnen. De helft van de oogst gaat daar naartoe. De andere helft wordt gebruikt voor de rode Dourowijn. Rio Douro betekent "rivier van goud". De streek wordt onderverdeeld in drie zones: 

  • Baixo Corgo, 13.500 ha groot, van Barquieros tot Barrô
  • Cima Corgo, 17.000 ha groot
  • Douro Supérior, 8000 ha groot, tot aan de Spaanse grens

Er zijn ongeveer 100 druivensoorten in gebruik. De meest gebruikte zijn Bastardo, Mourisco Tinto, Tinta Roriz en Tinta Francisca voor rood; Malvasia, Rabigato, Viosinho en Donzelinho voor wit.

Types wijngaarden

  • Deze waar de menselijke arbeid terug te vinden is: de terrassen op de steile berghellingen. Deze noemt men Antrossolos Aritico. De bodem bevat 1 à 1,3m verhakkelde rotsbrokken aan de bovenzijde. Daaronder schiste.
  • Een tweede soort zijn de wijngaarden, waar enkel wat genivelleerd werd.

Het klimaat wordt beheerst door de bergen Marão en Montemuro, die de gaarden beschermen tegen zware regenval en winden. De winters zijn er mild, de zomers zeer heet. Regenval tot 200mm in Baixa Corgo.

De wijnen moeten min 11% alc.vol hebben. Witte wijnen moeten 9 maanden vatlagering hebben; rode 18 maanden.

De wijnhuizen heten er quinta. Sommigen produceren nu tevens eigen portwijn, welke in overeenstemming is met de wetgeving in Villa Nova de Gaia. De streek maakte tafelwijnen tot het DOC werd in 1982. Het porthuis Ferreira bracht de eerste Douro-wijn van hoge kwaliteit op de markt. Dit voorbeeld werd gevolgd door menig ander porthuis.

douro