Het koolzuurgas dat in een mousserende wijn aanwezig is ontstaat tijdens het gistingsproces wanneer de wijn in een drukbestendige tank of fles gist. Door de blijvende druk lost het gist op in de wijn. Daardoor ontstaat het spuiten, bruisen en bubbelen van de wijn zodra een fles geopend en de druk eraf gehaald wordt. De grote mousserende wijnen krijgen een 2e gisting in de fles waarin ze verkocht worden. Het grote probleem bij deze manier van wijn bereiden is dat er aan het einde van de gisting dode gistcellen achterblijven in de wijn, die een vervelend bezinksel vormen in de tank. Wanneer de wijn in de fles wordt gegist, is het lastig en duur om het bezinksel te verwijderen, maar dit is essentieel volgens de méthode traditionelle.