Druiven plukken en pletten
De druiven worden in een machine geplet. Deze machine verwijdert de stelen omdat deze een zware tanninesmaak geven. Soms wordt een deel van de stelen behouden om een steverige wijn te maken. De pulp van het vruchtvlees, het sap en de schillen (verantwoordelijk voor de kleur van rode en rosé wijn wordt in een vast gepompt om te gisten

Gisten
Tijdens het gisten breken gisten suikers in het druivensap af. Deze gisten zijn van nature aanwezig in de wijnkelder maar soms worden kunstmatige gisten gebruikt. In koude streken wordt suiker toegevoegd wanneer het suikergehalte van de druiven laag is (chaptalisatie), wat het alcoholgehalte verhoogt. In warme streken wordt zuur toegevoegd wanneer de druiven overrijp zijn. Bij rosé worden de schillen een paar dagen meegegist met het sap en worden dan verwijderd. Het vervolg van het proces van wijn maken is identiek aan dit van witte wijn. De duur van het gisten is afhankelijk van de temperatuur in de wijnkelder en kan variëren van dagen tot weken. Teveel warmte gaat ten koste van het frisse en fruitige van de wijn en kan het gistingsproces verstoren. Gedurende het proces worden de druivenschillen omhoog gestuwd door de stroom kooldioxide die vrijkomt bij het gisten. Ze voren bovenaan een dikke koek die voortdurend teruggeduwd moet worden of waar het sap overheen gepompt wordt om kleur en smaak aan de schillen te onttrekken en te voorkomen dat er lucht tussen de schillen en de wijn komt. Eenmaal het gistingsproces afgerond is macereren (weken) veel rode wijnen enkele dagen of weken op de schillen om alle kleur, smaak en tannine aan de druiven te onttrekken. Lange maceratie verzacht wrange tannines. Een volle rode wijn macereert 7 tot 28 dagen 

Persen
Eenmaal het vergisten voltooid is, alle suikers zijn dan omgezet in alcohol, wordt de wijn uit het val gehaald. De resten van de schillen worden geperst tot een donkere, tanninnerijke wijn die ‘perswijn’ genoemd wordt. Deze perswijn wordt soms toegevoegd aan de lekwijn om een diepere en stevigere wijn te krijgen.

Malolactische gisting
Technisch gezien is de wijn nu af, maar nog ruw. De wijn is vaak nog zuur, daarom wordt een 2e gisting doorgevoerd die het wrange appelzuur omzet in melkzuur. De wijn wordt er zachter en ronder door. In het voorjaar, wanneer de temperaturen stijgen, gaat dit gisten vanzelf, maar meestal wordt dit proces vervroegt door direct na de alcoholische gisting de temperatuur in de kelder te verhogen en de juiste bacterieën toe te voegen

Versnijden
De wijnbereider kan vervolgens de wijn veranderen door de inhoud van 2 verschillende vaten te mengen. De combinatie van 2 verschillende druivenrassen kan een heel nieuwe smaakdimensie toevoegen. Sommige wijnen worden van 1 druivensoort gemaakt, die afkomstig is van verschillende wijngaarden. Dit om een bepaalde maten van consistentie te bereiken of om verschillende karekteristieken van de druiven met elkaar in evenwicht te brengen

Rijping
Wijn kan gerijpt worden op eiken of in roestvrijstalen vaten. Roestvrijstaal leeft niet en de temperatuur kan precies gecontroleerd worden, waardoor fruitsmaken de vrijheid hebben. In eiken vaten kan de oxygenatie geregeld worden en de wijn rijpen terwijl het anders agressieve wijn was geworden. Wijn om jong te drinken wordt een tijdje in roestvrijstalen tanks gedaan alvorens hij gebotteld wordt. Bijna alle rosé wordt zo gemaakt. Rode wijn die moet liggen wordt 6 maanden tot 2 jaar opgeslagen in eiken vaten (barriques). Nieuwe barriques of slechts 1 keer gebruikte geven smaakindrukken van kruiden, parfum en vanille en een stevige tanninestructuur

Afhevelen
De dode gistcellen en andere stoffen zinken naar de bodem van een tank of vat. Door het overhelen – overbrengen van wijn in schone vaten en tanken – verdwijnt het bezinksel. Dit kan verschillende malen gebeuren voor dat de wijn gebotteld wordt. Zo komt de wijn op natuurlijke wijze in aanraking met zuurstof, waardoor alle zwavelachtige of gistsmaken verdwijnen. Bij goedkopere wijnen wordt dit bereikt door filtering wat ten koste gaat van de kracht en de smaak van de wijn.

Klaren en filteren
Bij de wijnen van hoge kwaliteit is het klaren het ultieme stadium voor de botteling. Zwevende deeltjes worden door een zuiverend middel verwijderd. Dit middel – eiwit, bentonniet, isinglas of gelatine wordt over de oppervlakte uitgespreid en valt door de wijn om onzuiverheden op te nemen. De meeste wijnen worden gefilterd. Wijnen bestemd om jong te drinken, worden stevig gefilterd zodat geen droesem in de fles gevormd wordt. Wijnen van topkwaliteit worden nooit gefilterd en enkele ook niet geklaard. Hierdoor vormt zich een bezinksel in de fles.

Bottelen
De wijn moet op een koele, en steriele manier gebotteld worden met behulp van stikstof, of bij verfijnde wijn met behulp van kooldioxide. Alvorens de wijn gebotteld wordt gaat het gas erin, zodat er geen zuurstof in de fles zit zodra de kurk erop gaat.