Sachsen is het meest noordoostelijke wijnbouwgebied in Duitsland en ook een van de kleinste Duitse wijngebieden. De regio situeert zich aan het Elbedal en zijdalen tussen Pima en Diesbar-Seusslitz over 55 km. De wijngaarden beginnen bij Dresden.
De wijnbouw heeft hier een traditie van 800 jaar. In 1161 werd er voor het eerst melding van gemaakt. Tijdens de bloeiperiode in de 17e eeuw had het gebied een aanplant van 5000 hectare. Als bakermat van de Saksische wijnbouw geldt de porseleinstad Meissen. Kerk en wereldlijke overheid hebben zich eeuwenlang voor de wijnbouw ingezet. Kastelen en prieeltjes werden gebouwd, evenals wijngaardkerken en herbergen. Zo ontwikkelde zich de voor het gebied kenmerkende verbinding van architectuur en wijnbouw.
De Sächsische Weinstrasse verbindt cultuurhistorische bezienswaardigheden met het prachtige wijnlandschap. De typische terrassen met hun ongemetselde stenen muurtjes op de steile hellingen zijn kleinoden van de Saksische wijnbouw. Hier komen de wijnen van de streek vandaan, zoals Weiss- en Grauburgunder en vooral Traminer. Ook de 90 kilometer lange Sächsische Weinwanderweg verbindt de pareltjes van het gebied, zoals de mooiste wijngaarden, uitzichtpunten en wijnkelders.
De regio is onderverdeeld in 2 Bereiche: Elsertal (Sachsen-Anhalt) en Schlieben (Brandenburg), 4 Grosslagen en 17 Einzellagen. 
De bodem bestaat er gevarieerde graniet- en granietporfierverweringen, leem, löss en zandsteen
Dat hier in het noordoosten toch witte wijn van goede kwaliteit  gemaakt kan worden is te danken aan het gematigd landklimaat met gemiddelde neerslag en milde temperaturen. Waar er nog voldoende neerslag valt, schept het landklimaat met 1600 uur zonneschijn optimale voorwaarden voor de groei en rijping van de druiven. De voortdurende afwisseling van warmte overdag en koelte tijdens de nacht zorgt namelijk voor de nodige aromastoffen in de wijnen.
Als druivenrassen zijn er de  Müller-Thurgau, Riesling, Weiss- en Grauburgunder, Traminer, Spätburgunder, Kerner.

sachsen